Dauwpunt

Het dauwpunt is de temperatuur waarbij waterdamp begint te condenseren door afkoeling van de lucht zonder dat vocht wordt toegevoegd of afgevoerd. Zodra de dauwpuntstemperatuur wordt bereikt is de lucht verzadigd met waterdamp en bedraagt de relatieve vochtigheid 100%. Uw bril beslaat zodra u in een vochtige warme ruimte komt. De temperatuur van de bril is dan lager dan het dauwpunt van de lucht rond de bril, waardoor vocht op de glazen condenseert en de bril tijdelijk beslaat.


Luchtvochtigheid

Relatieve luchtvochtigheid geeft aan hoeveel procent vocht (waterdamp) zich in de lucht bevindt. Lucht kan een beperkte mate van waterdamp bevatten en die hoeveelheid is afhankelijk van de temperatuur op dat moment. Bij een relatieve luchtvochtigheid van 100% is de lucht, van een bepaalde temperatuur op dat moment, verzadigd. De vochtigheid van de buitenlucht kan variëren van minder dan 20% tot 100%. Binnenshuis ligt die waarde meestal tussen 40% en 60%, de badkamer even buiten beschouwing gelaten, daar zal het percentage begrijpelijkerwijs het hoogst zijn.
Bij 100% relatieve vochtigheid zal de (onzichtbare) waterdamp buitenshuis zichtbaar worden in de vorm van druppels. Zo ontstaat dan mist en dauw.
Koude lucht kan minder waterdamp bevatten dan warme, dus zodra warme lucht afkoelt moet de waterdamp eruit verdwijnen. Binnenshuis is dat goed te merken, zeker in de winter.
Bij ramen, meestal zonder dubbelglas, koelt de lucht meer af waardoor de waterdamp daar op alscondens neerslaat. De relatieve vochtigheid is te meten met bv. een eenvoudige haarhygrometer.
Een mensenhaar wordt langer als de relatieve vochtigheid toeneemt, dit gekoppeld aan een wijzer maakt luchtvochtigheid afleesbaar. Zou de kapper dan ook meer klandizie hebben bij vochtig/mistig weer
Drukkend (broeierig), waterkoud, guur zijn begrippen uit het weerbericht en hebben te maken met een hoge luchtvochtigheid. Bij “schraal weer” is de relatieve vochtigheid erg laag en bevat de lucht dus weinig waterdamp.


THW index

De THW index geeft een gevoelstemperatuur aan die berekend wordt aan de hand van de waarden van windsnelheid, temperatuur en luchtvochtigheid, de uitkomst is dan veel reëler dan de windchill temperatuur.


Warmte index

WARMTE INDEX

Deze warmte index geeft inzage in de potentiele gevolgen van hardlopen bij diverse temperaturen. Individuele reacties op temperaturen verschillen. Gevolgen van warmte kunnen ook ontstaan bij lagere temperaturen anders dan aangegeven op de index. Diverse studies tonen aan dat de gevolgen van warmte toenemen na mate men ouder wordt.

Hoe de
index te gebruiken:

  1. Zoek de werkelijk
    temperatuur op. Deze zijn in het blauw aangegeven.
  2. Zoek de luchtvochtigheidsgraad op.
  3. Volg de kolom van de temperatuur en de rij van de luchtvochtigheidsgraad tot beide elkaar kruisen. In deze cel staat de gevoelstemperatuur.

NB: In de volle zon wijken de waarden naar boven af.


WARMTE INDEX

 


OMGEVINGSTEMPERATUUR (oC)
 

21o

24o

27o

29o

32

o

35o

38o

41o

43o

46
o

49
o

Relatieve vochtigheidsgraad

Gevoelstemperatuur

0%

18
o

21
o

23
o

26
o

28

o

31
o

33 o

35 o

37 o

39 o

42 o

10%

18
o

21
o

24
o

27
o

29

o

32 o

35 o

38 o

41 o

44 o

47 o

20%

19
o

22
o

25
o

28
o

31

o

34 o

37 o

41 o

44 o

49 o

54 o

30%

19
o

23
o

26
o

29
o

32 o

36 o

40 o

45 o

51 o

57 o

64 o

40%

20
o

23
o

26
o

30

o

34 o

38 o

43 o

51 o

58 o

66 o

 

50%

21
o

24
o

27

o

31
o

36 o

42 o

49 o

57 o

66 o

   

60%

21

o

24
o

28
o

32 o

38 o

46 o

56 o

65 o

     

70%

21
o

25

o

29
o

34 o

41 o

51 o

62 o

       

80%

22
o

26
o

30
o

36 o

45 o

56 o

         

90%

22
o

26
o

31
o

39 o

50 o

           

100%

22
o

27

o

33 o

42 o

             
*Gecombineerde index van warmte en luchtvochtigheidsgraag. De gevoelstemperatuur voor het lichaam.
Bron: National Oceanic and Atmospheric Administration

 


GEVOELSTEMPERATUUR


MOGELIJKE GEVOLGEN VAN FYSIEKE INSPANNING BIJ HOGE TEMPERATUREN EN/OF LANGDURIGE BLOODSTELLING HIER AAN

32 o – 41 o


Flauwvallen (collaps) mogelijk

41 o – 54 o


Flauwvallen (collaps) waarschijnlijk oververhitting mogelijk

54 o en hoger


Hitteberoerte waarschijnlijk

NB: Deze index dient ter indicatie. Individuele reacties verschillen (bijvoorbeeld door leeftijd).
De mogelijke gevolgen zoals hierboven omschreven kunnen derhalve bij lagere temperaturen ook ontstaan.


Bij inspanning wek je spierenergie op en daardoor wordt je warm. Die warmte moet het lichaam door zweten kwijtraken. Het hart stuurt dan meer bloed door de huid om de het af te koelen, waardoor het lichaam zijn temperatuur van 37°C kan vasthouden. De combinatie van een hardwerkend hart en vocht- en mineraalverlies door zweten kan vooral in een warm en vochtig klimaat tot problemen leiden. Er zijn drie soorten hitteproblemen:


Flauwvallen (collaps)
Het hart stuurt ter afkoeling meer bloed naar de huid, zodat de hersenen relatief te weinig krijgen.
In mildere vormen krijg je alleen een slap gevoel in de spieren, waardoor je door de benen kan zakken.

Oververhitting
Een voorstadium van hitteberoerte.
De sporter zweet zeer hevig, maar zijn lichaamstemperatuur is desondanks veel te hoog. De huid is rood omdat er veel bloed doorheen wordt gepompt.

Hitteberoerte
Een levensgevaarlijke situatie waarin de sporter niet meer kan zweten. Daardoor loopt de lichaamstermperatuur nog verder op en raken aAllerlei processen in het lichaam ontregeld. De huid is bleek en klam, het lichaam komt vocht en mineralen tekort.
Oververhitting en hitteberoerte kun je behandelen door afkoeling (onderdompelen in een ijsbad of koude compressen). Daarnaast wordt drinken van koude vloeistoffen aanbevolen.
Om deze problemen te voorkomen moet je in ieder geval tijdens het sporten voldoende drinken.


Windchil

De CHILL temperatuur geeft aan in hoeverre het lichaam wordt afgekoeld door de wind.


Windkracht

Windkracht

















































































Bft Benaming m/s knopen km/u Kenmerken
0 Windstil <0.2 < 1 < 1 Rook stijgt (recht) omhoog
1 Zwakke wind 0.3-1.5 1-3 1-5 Rookpluimen geven richting aan
2 Zwakke wind 1.6-3.3 4-6 6-11 Bladeren ritselen
3 Matige wind 3.4-5.4 7-10 12-19 Bladeren, twijgen voortdurend in beweging
4 Matige wind 5.5-7.9 11-16 20-28 Stof en papier dwarrelen op
5 Vrij krachtige wind 8.0-10.7 17-21 29-38 Takken maken zwaaiende bewegingen
6 Krachtige wind 10.8-13.8 22-27 39-49 Grote takken bewegen
7 Harde wind 13.9-17.1 28-33 50-61 Bomen bewegen
8 Stormachtige wind 17.2-20.7 34-40 62-74 Twijgen breken af
9 Storm 20.8-24.4 41-47 75-88 Takken breken af, dakpannen waaien weg
10 Zware storm 24.5-28.4 48-55 89-102 Bomen worden ontworteld
11 Zeer zware storm 28.5-32.6 56-63 103-117 Uitgebreide schade bossen en gebouwen
12 Orkaan >32.6 >63 >117 Niets blijft meer overeind


Wolkhoogte

Wolkhoogte = 125 x (buitentemperatuur in °C. – dauwpunttemperatuur in °C.

Stel: U wilt de wolkhoogt in de lucht bepalen, reken dan als volgt:

Voorbeeld: De buitentemperatuur is 18 graden °C., de dauwpunttemperatuur is 13 graden °C. Dan is de wolkhoogte 125x (18-13) = 125 x 5 = 625 meter


Zonkracht

Zonkracht


































Zonkracht Omschrijving Niet-langer onbeschermd in de zon dan … minuten Huid verbrand
1 – 2 Vrijwel geen 100 – 50
3 – 4 Zwak 35 – 25
5 – 6 Matig 25 – 15 Gemakkelijk
7 – 8 Sterk 15 – 10 Snel
9 – 10 en hoger Zeer sterk Minder dan 10 Zeer snel



Zonkracht:
De zonkracht is een maat voor de hoeveelheid ultraviolette straling (UV) in het zonlicht die de aarde bereikt. Het UV-zonlicht neemt toe naarmate de zon hoger staat en varieert met de seizoenen en het moment van de dag. Warmte heeft geen invloed: op een koele zonnige dag kan de zonkracht even sterk of sterker zijn dan op een warme dag. Wel is de hoeveelheid UV afhankelijk van wolken, vocht of stof in de atmosfeer en van de hoeveelheid ozon. De ozonlaag op grote hoogte in de atmosfeer beschermt het aardoppervlak tegen UV.

De verwachte hoeveelheid UV wordt uitgedrukt in de zonkracht, een UV-index die in ons land kan variëren van 0, wanneer er geen UV is tot 10 voor de maximale hoeveelheid UV-zonlicht. In landen dichter bij de evenaar en in de bergen kan de zonkracht een waarde van 15 of hoger halen.
Bij een lage zonkracht (0-4) verbrandt de huid minder snel dan bij een hoge zonkracht (7-10 en hoger). De zonkracht hangt ook af van de hoeveelheid bewolking: op een zonnige dag is er meer UV-zonlicht dan wanneer er bewolking is.


error: Alert: Content is protected !!